Berichten

, , , , ,

Nieuwe regels voor B&B’s per 2020 in Amsterdam

De laatste jaren heeft Amsterdam een explosieve groei in het aantal bed & breakfasts (B&B’s) doorgemaakt. Omdat er zoveel B&B’s zijn bijgekomen heeft de gemeente Amsterdam besloten om de regels voor B&B’s in 2020 flink aan te scherpen. In deze blog kijken wij naar deze voorgenomen regelwijzigingen voor B&B’s.  

De hieronder opgenomen wijzigingen zijn vooralsnog niet definitief. Toch is het bijzonder aannemelijk dat de meeste van deze regelwijzigingen per 1 januari 2020 zullen worden ingevoerd.  Deze regels zijn een aanvulling op de bestaande regels. De bestaande regels kunt u hier vinden. We sommen de belangrijkste wijzigingen per 1 januari 2020 voor u op, met daarna een toelichting.

  • Voor een B&B is voortaan een vergunning vereist;
  • Per wijk zal een maximaal aantal B&B’s worden bepaald;
  • Alleen eigenaren (dus geen huurders) kunnen vanaf 1 januari 2020 een B&B exploiteren;
  • B&B-houder dient verplicht nachtverblijf te houden tijdens verblijf gasten;
  • De B&B mag nooit worden aangeboden voor vakantieverhuur;
  • Maximaal 61m2 mag worden verhuurd aan gasten (ondanks grootte van de woning);

Toelichting wijzigingen

  • Voor een B&B is voortaan een vergunning vereist

 Toelichting: Eén van de belangrijkste wijzigingen is dat er voortaan voor een B&B een vergunning is vereist. Tot nu toe was het zo dat er slechts sprake was van een meldplicht. Met de vergunningsplicht krijgt de gemeente twee belangrijke instrumenten voor handhaving van de regels. Zo kan het bij de vergunningsaanvraag beoordelen of de B&B aan de voorwaarden voldoet en daarnaast krijgt het de mogelijkheid om een vergunning in te trekken bij een overtreding.

  • Per wijk zal een maximaal aantal B&B’s worden bepaald

 Toelichting: Per wijk worden quota vastgesteld. Indien het aantal aanvragen hoger is dan het wijkquotum zullen de vergunningen worden verstrekt middels loting. De vergunning wordt in principe verstrekt voor een periode van vijf jaar. Dit betekent dus ook dat een vergunninghouder in een populaire wijk het risico loopt zijn vergunning na vijf jaar kwijt te raken.

  • Alleen eigenaren (dus geen huurders) kunnen vanaf 1 januari 2020 een B&B exploiteren

 Toelichting: Tot nu toe was het zo dat ook huurders een B&B konden exploiteren in de door hun gehuurde woning. Dit is vanaf 2020 niet langer toegestaan en huurders zullen dan ook niet in aanmerking komen voor een vergunning. Doelstelling van de gemeente bij deze maatregel is om zogenaamde ‘stromanconstructies’ te voorkomen. In enkele gevallen hadden verhuurders bedacht dat ze een huurder de B&B konden laten runnen die dan een deel van de opbrengsten (of alles) aan de verhuurder moest overmaken. Grootste bezwaar van de gemeente daartegen was dat één verhuurder zodoende feitelijk meerdere B&B’s kon exploiteren. Onduidelijk is nog of de exploitant van de B&B 100% eigenaar moet zijn of dat 50% (of minder) ook voldoende is.

  • Overgangsregeling

Vanzelfsprekend is de voorgaande maatregel voor hurende B&B-houders een hard gelag. Een kleine tegemoetkoming voor deze B&B-houders is dat er een overgangsregeling komt voor een periode van twee jaar. Kortom, deze hurende B&B-houders hoeven hun activiteiten pas per januari 2022 definitief stop te zetten.  Om in aanmerking te komen voor deze overgangsregeling dient de B&B wel vóór 1 januari 2019 te zijn gestart. Dit betekent dat een huurder die bijvoorbeeld in februari 2019 een B&B is begonnen zijn B&B per 1 januari 2020 zal moeten staken.

Deze overgangsregeling is ook van toepassing voor eigenaren die worden uitgeloot voor een vergunning. Is een eigenaar een B&B gestart vóór 1 januari 2019 dan krijgt deze eigenaar twee jaar respijt. Wel zal de eigenaar, in tegenstelling tot de huurder, bij een nieuwe loting (opnieuw) mee kunnen dingen naar een vergunning.

  • De B&B mag nooit worden aangeboden voor vakantieverhuur
  • Het wordt verplicht voor de uitbater om zelf nachtverblijf te houden tijdens verblijf van de gasten

 Toelichting: Voor velen is onduidelijk wat het onderscheid is tussen vakantieverhuur en B&B, niet in de laatste plaats omdat beide vaak worden aangeboden via dezelfde soort websites. Kort gezegd wordt bij vakantieverhuur een woning incidenteel verhuurd in afwezigheid van de eigenaar of huurder van de woning.  Het oorspronkelijke idee achter de term ‘vakantieverhuur’ is dat de eigenaar of huurder zelf ‘met vakantie’ is gedurende de periode waarin de woning wordt verhuurd.  Dit in tegenstelling tot de B&B die in principe het hele jaar door verhuurt waarbij de B&B-houder zelf actief optreedt als gastheer/gastvrouw.

Omdat er voor vakantieverhuur en B&B andere regels gelden heeft de gemeente Amsterdam het onderscheid willen benadrukken door als regel te stellen dat de uitbater van de B&B zelf gedurende de nacht altijd verblijft in de woning. Voorts mag een B&B-vergunninghouder de betreffende woning nooit aanbieden voor vakantieverhuur. Indien de B&B-houder dus bij wijze van zelf op vakantie gaat mag hij de woning niet aanbieden voor vakantieverhuur.

  • Maximaal 61m2 mag worden verhuurd aan de gasten ongeacht de grootte van de woning;

 Toelichting: Tot nu toe was het zo dat B&B-houders maximaal 40% van hun woningoppervlakte aan hun gasten ter beschikking mochten stellen. Deze regel wordt gehandhaafd, maar hierbij komt tevens de aanvullende regel dat ongeacht de grootte van de woning maximaal 61m2 mag worden verhuurd aan gasten. Deze regel heeft mogelijk kostbare gevolgen voor bestaande grotere B&B’s nu dit betekent dat de woning op een andere manier zal moeten worden ingedeeld. Het is vooralsnog onduidelijk of de gemeente bereid is rekening te houden met bestaande grotere B&B’s.

Conclusie

De nieuwe regelgeving voor B&B’s is behoorlijk ingrijpend nu bestaande B&B-houders mogelijk hun B&B vanaf 1 januari 2022 of zelfs per 1 januari 2020 zullen moeten stopzetten. Deze maand (oktober 2019) zal de gemeente naar buiten brengen of de conceptplannen daadwerkelijk feit worden of dat er nog aanpassingen worden doorgevoerd. Ook zal dan meer duidelijk worden rondom de exacte wijze van vergunningverlening. Wij houden u hier op de hoogte van de laatste ontwikkelingen inzake de regelgeving van B&B.

Heeft u zelf een B&B of wilt u er eentje starten, neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met M2Advocaten.

Jurist Arjan Ang (ang@m2advocaten.nl)

Advocaat Ginio Beij (beij@m2advocaten.nl)

 

, , , , , ,

GEINFORMEERDE AIRBNB’ER TOCH IN DE FOUT

airbnb

Ondanks dat de groei van de vakantieverhuur in Amsterdam in 2017 enigszins afnam werd er niettemin afgelopen jaar een recordbedrag van 4,2 miljoen euro aan boetes opgelegd voor woonfraude. Een groot gedeelte van die opgelegde boetes valt toe te dichten aan illegale vakantieverhuur. Niet alleen professionele partijen lopen tegen forse boetes op, maar ook particulieren die hun woning verhuren via bv. AirBnB of Booking.com krijgen aanzienlijke boetes opgelegd. Niet in de laatste plaats zijn dat particulieren die op handige wijze aan alle voorwaarden denken te voldoen en daarom soms balanceren op wat wél en niet is toegestaan. Belangrijk is om een verschil te maken tussen voldoen aan toetsingscriteria en voldoen aan regels.

In een uitspraak van de rechtbank Amsterdam kreeg een particuliere vakantieverhuurder een boete opgelegd van €13.500,- nadat hij zijn appartement had verhuurd aan toeristen. Zijn verweer was dat hij zich keurig aan alle regels had gehouden. Hij had de woning niet meer dan 60 dagen per jaar verhuurd (Vanaf 1 januari 2019 wordt dat 30), aan niet meer dan vier personen tegelijkertijd en zijn gasten hadden geen overlast veroorzaakt. Voor zover niets aan de hand lijkt het dan ook. Maar waarom kreeg deze vakantieverhuurder dan alsnog deze boete opgelegd?

Op de website van de gemeente Amsterdam staat ook de volgende voorwaarde:

“U bent de hoofdbewoner van de woning en woont daar ook (en staat dus ingeschreven in de Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP) van de gemeente Amsterdam).”

Basisregistratie levert slechts rechtsvermoeden op

Kortom in het geval iemand een woning wenst te verhuren aan toeristen dient hij zelf de hoofdbewoner te zijn van de woning en daar ook feitelijk te wonen. De vakantieverhuurder in kwestie dacht zich goed te hebben ingedekt, want hij had zich daadwerkelijk ingeschreven in de basisregistratie op het betreffende adres. Echter levert deze basisregistratie slechts een zogenaamd rechtsvermoeden op. Dat betekent in dit geval dat het vervolgens aan de gemeente is om te bewijzen dat hij toch niet zijn hoofdverblijf in het appartement heeft indien zij daar aan twijfelt.

Eén van de manieren waarop de gemeente controleert of iemand daadwerkelijk zijn hoofdverblijf in een woning heeft is de aanwezigheid van persoonlijke spullen. Immers, wanneer een woning oogt als een neutrale onpersoonlijke hotelkamer is het minder aannemelijk dat iemand daar normaliter zelf woont. In dit geval werden er op het moment van de controle geen persoonlijke spullen aangetroffen in het appartement. Ook hier dacht de vakantieverhuurder een antwoord op te hebben. Hij bleek nota bene op de dag van het bezoek van de toeristen een video-opname gemaakt te hebben van persoonlijke spullen die hij vervolgens in afsluitbare kasten zou hebben opgeborgen.

Hoofdverblijf niet aannemelijk

Toch vond de rechter het niet aannemelijk dat de vakantieverhuurder daadwerkelijk zijn hoofdverblijf in de woning had. De vakantieverhuurder bleek namelijk een verdieping hoger over een tweede appartement te beschikken dat hij deelde met zijn partner en kinderen. Bij een bezoek door controleurs aan dit appartement had de vakantieverhuurder zelf de deur geopend en daarbij bleek de aanwezigheid van persoonlijke foto’s in dat appartement sterk de indruk te wekken dat de vakantieverhuurder eerder zijn hoofdverblijf had in het bovenliggende appartement dan in het lege appartement daaronder. De boete jegens de vakantieverhuurder werd dan ook gehandhaafd door de rechter.

Deze vakantieverhuurder was zich waarschijnlijk goed bewust van de verschillende toetsingscriteria die de gemeente hanteert bij het beoordelen of iemand ergens zijn hoofdverblijf heeft, want hij had zich ingeschreven en wist dat de aanwezigheid van persoonlijke spullen van belang kon zijn. Niettemin vergat hij het belangrijkste; hij woonde er niet echt. Kortom, iemand kan er van alles aan doen om het te doen lijken op een toegestane situatie, maar als de feitelijke situatie niet legaal is blijf je als vakantieverhuurder desondanks grote risico’s lopen.

Heeft u andere vragen over vakantieverhuur of heeft u een boete opgelegd gekregen? M2 Advocaten helpt u graag.

Arjan Ang (ang@m2advocaten.nl)

Ginio Beij  (beij@m2advocaten.nl)

, , , , ,

Vergunningplicht voor Bed & Breakfasts in Amsterdam

ontbijt op bed

De strijd die de gemeente Amsterdam voert tegen de ongebreidelde groei van het aanbod van particuliere vakantieverblijven gaat onverminderd voort. Nadat eerder dit jaar al werd aangekondigd dat vakantieverhuur via sites zoals AirBnB en Booking.com wordt teruggebracht tot maximaal 30 dagen, worden nu ook de Bed & Breakfasts aangepakt. Bedoeling is om per 1 januari 2019 een vergunningsplicht voor Bed & Breakfasts in te stellen. Wat zijn de gevolgen?

Wildgroei Bed & Breakfasts

Ergens viel het te verwachten. Sinds de gemeente Amsterdam vakantieverhuurders van sites als Airbnb, Wimdu en Booking.com steeds strengere regelgeving heeft opgelegd hebben meerdere vakantieverhuurders hun toevlucht gezocht tot het opzetten van een B&B. Weliswaar mag een uitbater van een B&B slechts maximaal 40% van zijn woning beschikbaar stellen, maar daarentegen is de uitbater niet gelimiteerd tot slechts 60 (en volgend jaar 30) verhuurdagen per jaar zoals in het geval van reguliere vakantieverhuur. Kortom in het geval een vakantieverhuurder een B&B runt kan hij het gehele jaar door gasten ontvangen. Dat derhalve meer en meer vakantieverhuurders inzetten op een B&B-constructie is de gemeente een doorn in het oog nu haar beleid er juist op gericht was om de vakantieverhuur in te dammen.

Vergunningplicht

Om de wildgroei van B&B’s het hoofd te bieden heeft de gemeente zich nu dan voorgenomen om deze vergunningplichtig te maken. Tot dusverre was het zo dat men zich slechts hoefde aan te melden met het voornemen om een B&B te starten waarop gecontroleerd werd of men zich hierbij aan de regels hield. Indien de vergunninsplicht ingaat zal dat veranderen en heeft de gemeente de mogelijkheid een aanvrager een vergunning te weigeren. De gemeente heeft bekend gemaakt bij verlening van de vergunning te toetsen op het aantal B&B’s dat reeds aanwezig is in het gebied. Per gebied zal de gemeente een maximaal aantal B&B’s vaststellen. Is dat aantal al bereikt dan wordt de vergunning afgewezen. Naar verwachting zal het dan ook erg lastig worden om na 1 januari 2019 nog een B&B te starten in het centrum van Amsterdam.

Gevolgen voor bestaande Bed & Breakfasts

De gemeente heeft aangekondigd dat er een overgangsregeling komt voor bestaande B&B’s maar de inhoud van deze overgangsregeling is op dit moment nog niet bekend. Uitbaters van bestaande B&B’s zullen tevens een vergunning moeten aanvragen, maar het is mogelijk dat zij hierbij niet gehouden zullen worden aan het maximaal toegestane aantal per gebied. Ook is mogelijk dat de gemeente het maximale aantal B&B’s per gebied in het geval van het centrum en omliggende gebieden baseert op het huidige aantal. Dat heeft als voordeel dat er geen onderscheid gemaakt hoeft te worden tussen de verleende vergunningen. Het zou echter wel de mogelijkheden beperken om het huidige aantal B&B’s terug te brengen mocht de gemeente dat willen.

Hoe dan ook krijgt de gemeente met de vergunningplicht een belangrijk wapen in handen op het moment dat een B&B zich niet aan de regels houdt. Naast de boetes die de gemeente nu reeds regelmatig oplegt in deze branche krijgt zij immers de mogelijkheid om de vergunning in te trekken, hetgeen in dat geval tot sluiting van de B&B zou leiden. Kortom de mogelijke consequenties voor het overtreden van de regels worden met de komst van de vergunningplicht nog groter.

Runt u zelf een Bed & Breakfast, of heeft u een huurder die dat doet, en heeft u vragen? Neemt u dan gerust contact met ons op.

 

Advocaat Ginio Beij (beij@m2advocaten.nl)

Paralegal Arjan Ang (ang@m2advocaten.nl)

, , , , , , ,

Boete voor leegstand in Amsterdam, hoe werkt het?

leegstand in een woonhuis

Het was al langer mogelijk dat eigenaren van kantoorpanden in Amsterdam werden beboet als ze niet op tijd melding deden van leegstand, maar sinds december 2016 is het ook mogelijk dat eigenaren van woningen worden beboet indien ze leegstand niet bijtijds melden. Met deze boete wil de gemeente Amsterdam verdere leegstand van woningen in de stad voorkomen. In september 2017 is dan ook de eerste boete opgelegd in het kader van bestrijding leegstand woningen. Als wij wethouder Ivens (Wonen) mogen geloven zullen er meer volgen. Hoe werkt het?

Wat is leegstand?

Volgens de Leegstandwet is sprake van leegstand als een woning, kantoorgebouw of gedeelte daarvan niet door een huurder of andere gebruiker feitelijk gebruikt wordt. Ook is er sprake van leegstand als het gebruik de kennelijke strekking heeft afbreuk te doen aan de werking van de wet of de leegstandsverordening. Met die tweede bepaling heeft men duidelijk de vrijheid willen behouden om op te kunnen treden tegen constructies waarin het pand voldoende in gebruik lijkt, maar het volgens de opvatting van de overheid toch niet is.

Meldplicht

Indien een woning of kantoorgebouw, om wat voor reden dan ook, langer dan zes maanden leeg staat, dient de eigenaar hiervan verplicht melding te maken bij de gemeente. Indien een eigenaar dit nalaat is hij in principe in overtreding. Als hij voldoet aan de meldingsplicht wordt er binnen drie maanden in overleg met de eigenaar getreden. Hierbij zullen de omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen, maar de gemeente zal er voornamelijk op aan willen sturen dat het pand weer in gebruik zal worden genomen.

Verplichtende voordracht gebruiker

Indien het pand geschikt is voor gebruik en langer leeg staat dan 12 maanden kan het college van B&W aan de eigenaar een gebruiker voordragen. De eigenaar is dan verplicht binnen drie maanden na de voordracht deze gebruiker een gebruiksovereenkomst aan te bieden. De eigenaar heeft na de voordracht nog wel de mogelijkheid om zelf een andere gebruiker aan te trekken, mits deze binnen een redelijke termijn dan ook daadwerkelijk het pand in gebruik neemt. Als het pand niet geschikt is voor gebruik kan het college de eigenaar verplichten om de nodige voorzieningen te treffen om het pand weer voor gebruik geschikt te maken.

Boete

Voor een particuliere verhuurder of eigenaar-bewoner is de boete €2500,- indien niet tijdig melding wordt gemaakt van leegstand. Voor een professionele verhuurder is de boete €5000,- bij niet tijdig melden per leegstaande woning en bij een leegstaand gebouw is de boete €7500,-. Dit bedrag kan echter zelfs nog oplopen indien de eigenaar na oplegging van de boete alsnog geen melding doet van leegstand. In dat geval heeft de gemeente de mogelijkheid om nog eens een dwangsom van €10.000,- op te leggen. Al met al kan het totale bedrag bij het uitblijven van een melding behoorlijk oplopen, en het is dan ook raadzaam voor een eigenaar om leegstand van een woning of kantoorgebouw bijtijds te melden bij de gemeente.

 

Heeft u een boete gekregen of verwacht/heeft u leegstand en zoekt u juridisch advies dan kunt u contact opnemen met M2 Advocaten.