Het gebeurt regelmatig dat geldverstrekkers overeenkomsten met consumenten aangaan waarbij voorwaarden worden bedongen die in strijd zijn met de regels inzake consumentenkrediet. Als consument is het dus opletten geblazen. Dit speelde in een zaak bij de Rechtbank Den Haag  (uitspraak van 14-10-2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:30771).

Casus

Omdat de huizenprijzen blijven stijgen, zijn er geldverstrekkers die hierop inspelen met advertenties als “Overwaarde benutten? Wanneer de marktwaarde van uw woning hoger is dan het bedrag van uw hypotheek, ontstaat er overwaarde. Deze overwaarde kan worden benut zonder dat u hoeft te verhuizen”.

In deze zaak ging het om een consument die op zo’n advertentie inging en op initiatief van de geldverstrekker een overeenkomst sloot waarin was opgenomen dat hij zijn huis verkocht aan de geldverstrekker voor een prijs van € 510.000 -, daarbij een voorschot op de koopsom kreeg van € 70.000,-, met de mogelijkheid om de overeenkomst binnen enkele maanden te ontbinden onder terugbetaling van het voorschot van € 70.000,- en betaling van een ontbindingsvergoeding van € 50.000,-.

Tevens werd als zekerheid een hypotheek van € 270.000,- op de woning gevestigd alsmede pandrechten op roerende zaken in de woning en op vorderingen van de consument ter zake de woning.

De consument ontving vervolgens € 70.000,-, maar ruikt dan nattigheid en wendt zich tot een advocaat. De advocaat vernietigt de overeenkomst buitengerechtelijk op grond van dwaling en/of misbruik van omstandigheden, waarbij wordt aangegeven dat de consument het bedrag van € 70.000,- wil terugbetalen en waarbij wordt medegedeeld dat de vergoeding van € 50.000,- niet zal worden voldaan.

De geldverstrekker accepteert dit niet en start een procedure waarbij medewerking aan de levering van de woning wordt gevorderd, op straffe van een dwangsom.

De vraag is: houdt de buitengerechtelijke vernietiging stand?

Consumentenbescherming

De rechtbank overweegt dat de kredietvergoeding die een geldverstrekker mag bedingen bij een consumentenkrediet is gemaximeerd in artikel 7:76 lid 2 BW. Ten tijde van de ondertekening van de overeenkomst was dat een rentepercentage van maximaal 14% per jaar (per 1 januari 2026 is dat 12%).

In dit geval gaat het om een lening van € 70.000,- met een rentevergoeding van € 50.000,-, oftewel een vergoeding van ruim 71%, en met een recht van hypotheek tot zekerheid van betaling. Dat is binnen de dwingendrechtelijke regels inzake consumentkrediet niet mogelijk en dus is sprake van omzeiling van de bescherming van de consument tegen ontoelaatbare kredietverstrekking, hetgeen op grond van artikel 7:73 lid 2 BW niet is toegestaan.

Hierbij merkt de rechtbank op dat de consument niet de wens had om zijn woning te verkopen. Hij wilde op korte termijn en voor korte tijd geld lenen, dus het leningselement stond voorop. Verder is niet gebleken dat er is onderhandeld over belangrijke onderdelen bij een verkooptransactie, zoals de prijs en leveringsdatum.

Het gevolg is dat de overeenkomst vernietigbaar is op grond artikel 3:40 lid 2 BW (strijd met dwingend recht). De buitengerechtelijke vernietiging houdt dus stand. Daarmee zijn ook het hypotheekrecht en de pandrechten waardeloos geworden.

Conclusie

Voor consumenten is het goed om te weten dat er regels inzake consumentenkrediet zijn waaraan geldverstrekkers zich dienen te houden. Advertenties zijn verleidelijk, waarmee de kans op risicovolle overeenkomsten groot is.

Niettemin blijf het ook voor consumenten uitkijken bij het aangaan van overeenkomsten waarbij geld wordt verstrekt, zeker als de woning in het geding is. Of zoals het aloude adagium luidt: voorkomen is beter dan genezen.

Meer weten? Neem gerust contact op.

Marius Rijntjes (rijntjes@m2advocaten.nl)

 

 

 

User avatar
Marius Rijntjes rijntjes@m2advocaten.nl